februari 2010

ma di wo do vr za zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
Mijn foto
Blog powered by TypePad
web-log.nl, powered by TypePad

Calcula

Een van de leukste fictieboeken die ik in de afgelopen jaren heb gelezen is, is The Curious Enlightenment of Professor Caritat van Steven Lukes. Het boek beschrijft de reis van een professor Caritat door verschillende landen waar verschillende politieke filosofieen zijn gerealiseerd. Zo bezoekt hij Calcula, de hoofdstad van een utilistisch land, Utilitaria, waar geluk en efficiency domineren, maar ook Communitaria een land waar verschillende religieuze en ethnische groeperingen op een multiculturalistische manier langs elkaar leven, en Libertaria, waar rechts-libertarianisme domineert. Een sublieme satire op de dominante stromingen in de politieke filosofie (mid jaren '90), maar ook op het Britse politieke en academische leven. Het is daarnaast een makkelijke inleiding in het vakgebied die vol zit met kleine verborgen verwijzingen.

Een passage is me altijd bij gebleven. In Utilitaria heeft iedereen en zakrekenmachine waarmee hij bij iedere daad uitrekent of het meer of minder geluk op zal leveren. Geluk staat daar centraal, persoonlijke relaties, identiteit en vrijheid zijn daar verdwenen. Tot in de kleinste details heeft Lukes deze samenlevingen geconstrueerd. Zo is het in Utilitaria de gewoonte om gesprekken niet beleefd af te sluiten. Een gesprek is gewoon af als het niet meer nuttig is en dan loop je weg:

"The conversation (...) was now evidently at an end, for she was shaking his hand in farewell. It appears, Nicholas (Caritat - SO) thought, that conservations in Utilitaria come to an abrupt end when no longer useful." (Lukes 1995:79)

Volgens mij een absolute aanrader.

Leidse Fisprs

Dat u het niet mist: op Fispr.nl verschijnen mijn vingerspitsenprognoses over de Leidse politiek. Zondag fispr dag. Er staat er weer een nieuwe progrnose!

Leidse Politieke Ruimte

Het Leidse kieskompas is uitgekomen. Uiteraard kom ik helemaal in de "linkerbovenhoek" uit. Links en progressief. Gezellig bij GroenLinks.

Kopie De keuzes die partijen maken in zo'n kieskompas zijn veel zeggend: GroenLinks is de meest linkse en progressieve partij van Leiden. De SP heeft zich rechts laten plaasten van GroenLinks. Ik verwacht dat dit deels strategisch is: de SP weet dat veel kiezers in het centrum zitten. Te extreme standpunten innemen schrikt kiezers af. D66 staat net links van het midden aan de progressieve kant. Vanuit dat perspectief is GroenLinks een logischere partner dan de VVD. De PvdA heeft zich in het midden van het politieke spectrum laten plaatsen. Smack in the middle. De ChristenUnie de constructieve oppositiepartij die in het linkse college mee geregeerd heeft, staat rechts van het midden. Rechts boven in staat het CDA en de VVD: op zoek naar de thuisloze PVV stemmer.

RplotMaar zo'n model is wetenschappelijk gezien erg beperkt. De ruimte die je ziet is niet geinduceerd uit de standpunten van de partijen, maar door een wetenschapper op de partijen opgelegd. Je zou de posities van de partijen ook kunnen induceren uit de antwoorden die zij geven. Hiernaast zie je een inductief model gebaseerd op de antwoorden van de partijen op de vragen uit de kieswijzer gemaakt met MDS. Dat geeft deels een ander beeld van de posities van de partijen, maar voor een deel komt het beeld van het kieskompas terug: de SP en GL dicht bij elkaar aan de linker kant, de VVD aan de rechterkant. De horizontale indeling lijkt min of meer links/rechts. De tweede dimensie heeft echter een heel andere aard. In plaats van progressief tegenover conservatief lijkt de tweede dimensie de PvdA en de VVD te scheiden van Leefbaar: populisme tegenover regenten? Een nadeel van inductieve modelen: het is lastig te interpreteren.

Rplot2De vraag is dan hoe je ideaaltypisch de Leidse gemeentepolitiek ruimtelijk zou moeten duiden. De links-rechts dynamiek komt zowel uit inductieve en het deductieve kieskompas. In de gemeenteraad speelt echter de tegenstelling tussen coalitie en oppositie een grote rol. Zeker bij vraagstukken als de RijnGouweLijn, ringweg en de Oostvlietpolder speelt de vraag of je politieke verantwoordelijkheid wil nemen zelfs als dat electoraal minder populair is. Deductief zou ik dus een ander beeld neer zetten van de leidse politiek: Ttee assen links vs. rechts en bestuurlijk vs. populistisch. Je ziet een model hiernaast. Het college uit 2006 werdt gevormd door de linkse partijen: SP, PvdA, GL en CU. Daar zitten zowel meer bestuurlijke (PvdA) als meer populistische partijen tussen (SP). Het college dat tot januari heeft gezeten bestond uit de bestuurlijke partijen van links en rechts PvdA en VVD. Daarin zit dus ook een belofte voor de mogelijkheden van coalitie na 3 maart: over rechts met zowel meer bestuurlijke als meer oppositionele partijen (D66/CU/CDA/VVD) is duidelijk een van de opties. Haalt een meerderheid? Dat vertelt de fispr van zondag.

Godsdienstvrij

Sinds een aantal recente discussies over godsdienstvrijheid begon het bij mij toch de knagen: Waarom hebben we in Nederland eigenlijk godsdienstvrijheid? Wat houdt dat precies in? En met name houdt het bestaan van godsdienstvrijheid in dat gelovigen uitzondering kunnen krijgen op bepaalde wetten?

Binnen de politieke filosofie, zijn er twee verschillende visies op godsdienstvrijheid de liberale visie van John Locke en de multiculturele visie van Kymlicka en Taylor.

De visie van John Locke is ongeveer de volgende: vroomheid is een innerlijke gesteldheid. Daartoe kan niemand je dwingen. De uiterlijke vertoningen van religie hebben alleen maar betekenis als je er in gelooft. Dus kan een overheid die vroomheid wil bevorderen weinig doen. Ze kan mensen niet dwingen om bepaalde religieuze opvattingen te hebben. Ze kan slechts religieuze handelingen reguleren. Maar dat heeft alleen maar zin als je er in gelooft, en die handeling dus vroom is. Waarom zou je religieuze handelingen verbieden als ze betekenisloos zijn? Als je normaal iemand wel brood laat eten en wijn laat drinken waarom zou je dat verbieden als het in een kader van een Katholieke eucharistieviering is? De kern van Locke's liberale betoog is dat de overheid bepaalde handelingen of bijeenkomsten niet moet verbieden om het enkele feit dat ze religieus zijn. Daarmee staat het de overheid vrij om allerlei handelingen te verbieden als zij wenselijk acht voor de samenleving. Maar het enkele feit dat ze een bepaalde religieuze betekenis hebben is geen reden om het te verbieden. Deze constructie is dus gericht tegen religieuze vervolging. Het berust op een conceptie van van negatieve vrijheid: de overheid mag geen beperkingen op leggen aan religieuze handelingen.

Tegenover deze puur negatieve constructie stellen multiculturalisten een positievere constructie. Taylor stelt dat een overheid actief moet ingrijpen als een culturele of religieuze gemeenschap onder druk komt: omdat religie zo'n belangrijk onderdeel is van de identiteit van sommige mensen moet de overheid soms actief ingrijpen om gemeenschappen te ondersteunen. Homogeniserende trends die ervoor zorgen dat minderheidsculturen verdwijnen moeten soms gestopt worden door overheidsingrijpen. Will Kymlicka benadrukt dat religieuze gemeenschappen ook beschermd moeten worden. Denk hierbij aan bijzondere eigen religieuze rechtbanken voor civiele kwesties, subsidies voor culturele instellingen en uitzonderingen op wetgeving waardoor ze om arbitraire reden benadeeld worden. Het voorbeeld van de uitzonderingen op wetgeving is een controversiele kwestie. Veel wetgeving in Nederland is expliciet of impliciet gebaseerd op Christelijke normen. De zondagssluiting is daar een goed voorbeeld van. Deze regeling is origineel ingesteld omdat de Christelijke meerderheid hier het vierde gebod tot wetgeving maakte. Een Joods of een Islamitische winkel moet volgens de wet ook dicht op zondag, terwijl zij liever zaterdag of vrijdag dicht zouden gaan. Als religieuze groeperingen van zulke wetgeving nadeel ondervinden zouden ze hier tegen beschermd moeten worden omdat de overheid niet een religie mag bevoordelen.

Laten we eens kijken naar de Nederlandse werkelijkheid. In de grondwet staat het recht op godsdienstvrijheid als volgt beschreven:

6.1 Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

Past deze stelling in de liberale of in de multiculturele traditie? De vraag is waarom je dit artikel nodig hebt vanuit de liberale traditie. In het liberalisme volstaat het anti-discriminatiebeginsel: net als bij homo's op een religieuze school, kan het enkele feit dat een handeling religieus is geen reden zijn om een handelingen te verbieden. Artikel 1 zou dan volstaan. Het feit dat er een expliciet artikel is over vrijheid van godsdienst duidt er op dat omdat religie een bijzondere waarde heeft voor mensen dit bijzondere bescherming van de overheid vereist. Een multicultureel standpunt misschien? Echter als je naar de bewoording kijkt gaat het om een negatief recht. Mensen hebben het recht om hun godsdienst in vrijheid te belijden. Dat vereist geen extra bemoeienis van de overheid of uitzonderingen op bepaalde wetten. Sterker nog het artikel wijst mensen expliciet op hun verantwoordelijkheden voor de wet. Eerlijk gezegd is het artikel vrij Lockeaans: religie neemt een bijzondere plek (zekere voor een gematigde verlichter als Locke) maar vereist slechts negatieve bescherming tegen religieuze vervolging. Dat is mijn constitutionele interpretatie. De Nederlandse rechters maken echter veel sneller uitzonderingen juist op basis van multiculturele interpretaties denk bijvoorbeeld aan het halal of koosjer slachten waarbij de wet gebroken wordt om religieuze slachting toe te staan.

Alhoewel ik een groot deel van de multiculturele redenatie deel (religie is een bijzonder onderdeel van de identiteit van veel mensen en kan bijzondere positieve ondersteuning krijgen als het een zwakke minderheidspositie heeft), en ik een deel van de redenatie zou willen usurperen om bijvoorbeeld subsidie voor tolerantie en acceptatiecampagnes voor homosexualiteit te rechtvaardigen (is sexualiteit ook niet een belangrijk onderdeel van je identiteit?) schuurt het bij mij op een punt: het voorstel om een uitzondering op wetten te maken voor religieuze groeperingen. Jebben religieuze groeperingen niet godsdiensvrijheid behoudens hun verantwoordelijkheid voor de wet? Gaat godsdienstvrijheid niet erom dat wetten niet bepaalde religies bevoordelen of benadelen? En als een wet dan een bepaalde religie bevoordeeld om arbitraire redenen moeten we daar dan niet gewoon vanaf? Weg op Christendom gebaseerde wetgeving als de zondagssluiting?

Socialisme 2.0?

Nog een tweede punt naar aanleiding van socialisme 2.0. Binnen GroenLinks wordt het thema “efficiency” steeds populairder. Er ligt een interessante koppeling tussen hervorming van de verzorgingsstaat en het thema efficiency.

Traditioneel wordt de link tussen sociaal beleid en efficiency als volgt uitgewerkt: er zijn hardwerkende belastingbetalers en mensen die een uitkering ontvangen. De hardwerkende belastingbetaler wil dat er geen misbruik wordt gemaakt van zijn belastinggeld. Daarom moet de overheid ervoor zorgen dat iedereen die een uitkering heeft daar ook echt recht op heeft en dat mensen met een uitkering zo snel mogelijk uit de uitkering aan het werk gaan.

Daarom spendeert de Nederlandse overheid veel geld aan toezicht op uitkeringsgerechtigde en reintegratie van uitkeringsgerechtigden. Ook als ze weten dat dat het eigenlijk geen zin heeft. Immers het geld van de belastingbetaler moet efficient uitgegeven worden. Dus betalen we aanzienlijk meer dan een uitkering voor iedere werkloze. Een hele sociale verzorgingsindustrie is opgebouwd om uitkeringsgerechtigden op het rechte pad te houden.

De vraag is of dit de beste manier is om belastinggeld uit te geven: er wordt meer geld uitgegeven om mensen die niet willen of kunnen werken aan het werk te krijgen dan dat ze ooit kunnen produceren. En dat allemaal omdat de hardwerkende Nederlander het niet kan accepteren dat er mensen niets doen. Is dat echt efficient?

Daarnaast is een sociaal stelsel dat uit zo’n lappendeken van WW, belastingvrije voet, AOW, WIA, WAJONG, WIJ, bijzondere bijstand, huur-, kinder- en zorgtoeslag bestaat echt efficient? Met alle ambtenaren en toetsingen en formulieren die daarbij horen?

Kunnen sociaal, vrijzinnig en efficient niet samen gaan in een ander stelsel? Can the circle be squared? Is een basisinkomen niet de manier om armoede te voorkomen, vrijheid te vergroten en de spilzucht van de overheid te beperken?

Uit de discussie over socialisme 2.0 kwam een tegenargument tegen zo’n sociaal stelsel: als we het “granieten bestand” van mensen die niet kunnen werken alleen maar een inkomen geven en niet stimuleren om te gaan werken, als we de onrendabelen opgeven, is dat wel echt sociaal? Het is misschien efficient omdat het geen zin heeft om hen te stimuleren, maar is het ook links? Moet je mensen niet aanmoedigen om het beste van hun leven te maken? Om economisch zelfstandig te worden? Mag je de minst getalenteerde wel op deze manier afkopen?

Socialisme 1.0

GroenLinks Amsterdam organiseerde samen met de progressieve denktank Waterland een debat over Socialisme 2.0. Een goede reden om weer eens na te denken over linkse politiek.

Voor je begint over Socialisme 2.0 is het goed ons eens af te vragen wat Socialisme 1.0 ook al weer was. De aanwezige sprekers Marcel van Dam, Ewald Engelen en Paul de Beer stelden socialisme (of sociaal-democratie) gelijk aan de (huidige) verzorgingsstaat. Socialisme is dan dus herverdeling van inkomen tussen rijk en arm.

Socialisme betekent dan dat we oog hebben voor de armsten of dat we samen zorgen voor elkaar. In mijn ogen klinkt dat eerste verdacht veel als het difference principle van de late great Johnny Rawls. Dat tweede klinkt als Christen-democratie, met name als dat in de vorm gaat van het klassieke, op katholieke principes geschoeide verzekeringsstelsel: een zorgzame samenleving.

Tegenover dat socialisme als herverdeling tussen rijk en arm werd de meritocratie gesteld: een stelsel waarbij of je arm of rijk bent afhankelijk is van je eigen inzet. Herverdeling is dan dus niet gerechtvaardigd. Ik voel weinig voor die meritocratie. Dat klinkt in mijn ogen als libertarianisme, mensen hebben recht op de producten van hun eigen arbeid. In mijn ogen mist die theorie compensatie voor ongelijke talenten en vermogens.

G.A. Cohen heeft gesteld dat socialisme traditioneel juist het principe dat je recht hebt op wat je maakt  omarmt. Socialisten maken een onderscheid tussen arbeiders ("werknemers") en bezitters ("werkgevers"). Socialisten wijzen het kapitalisme af omdat in dat stelsel werkgevers werknemers exploiteren. Werkgevers bezitten de productiemiddelen (bedrijven, fabrieken en machines) en werknemers hebben slechts hun eigen arbeid. Om geld te verdienen om zich zelf te onderhouden moeten werknemers gaan werken bij werkgevers. Echter omdat werkgevers een machtspositie hebben tegenover werknemers kunnen zij een zo laag mogelijk loon opleggen aan werknemers. Werknemers krijgen minder loon dan waar ze recht op hebben, immers werknemers hebben recht op alle waarde die zij zelf toevoegen. Een werkgever exploiteert werknemers omdat ze minder verdienen dan ze waard zijn. Er moet geld worden afgegeven aan mensen die niets uitvoeren en parasiteren op hardwerkende mensen....

Dat klinkt tot erg bekend: mensen die niets uitvoeren en parasiteren op hardwerkende mensen. Dat is precies waar libertariers over klagen als ze belasting moeten overdragen voor uitkeringen. In hun essentiele aannames over rechtvaardigheid en waarde zijn socialisme en libertarianisme identiek.

Voor een echte socialist zijn inkomensverschillen dan ook niets minder dan het gevolg van machtsverschillen. Je kan de inkomens wel gelijker maken, maar als je de onderliggende machtsstructuur niet aanpast, zal een verzorgingsstaat het kapitalisme in stand houden. Socialisten kunnen dan dus geen voorstander zijn van de verzorgingsstaat.

Policy, Office, Votes ... & Media Attention

Voetbal is een simpel spel: 22 spelers, 2 doelen en 1 bal. Je scoort door de bal in het net van de ander te krijgen. Politiek is een lastiger spel: wat is scoren in de politiek? Wat is het doel van het spel?

Traditioneel maken politicologen een onderscheid tussen policy (beleid). office (ambt) en votes (stemmen). Vanuit sommige perspectieven streven partijen primair naar beleid. Ze willen de wereld veranderen: hun idee van de goede samenleving realiseren. Daarvoor zijn ambten heel nuttig: een post in het kabinet, in het parlament of in het lokale bestuur zijn allemaal handig om beleid te maken. Downs, een van de grootste politicologen van de laatste eeuw was cynischer over de relatie tussen beleid en ambten: "Political parties do not participate in elections to propose policies, but propose policies to win elections." Beleid is volgens hem een middel om verkiezingen te winnen, niet een doel op zich. En daar komen we bij wat traditioneel een van de belangrijkste middelen van de politiek is: stemmen. Om ambten te krijgen en dus beleid te maken zijn stemmen nodig.

PovIn de driehoek hiernaast, zie je de relatie tussen policy, office en votes. Votes zijn nodig voor offices (zonder stemmen krijg je geen kamerzetels en geen ministers). Offices zijn nodig voor policies (zonder kamerzetels of ministers maak je geen beleid). En met policies kan je kiezers aan je binden: votes nodig voor offices; offices zijn nodig voor policy; en policy voor votes.

PovmIs dat helemaal waar? Is scoren in de politiek beleid maken? Stemmen winnen? Ministers leveren? Het probleem zit in de laatste stap: veel beleid is onzichtbaar voor kiezers. Je kan ook slecht beleid of geen beleid verkopen aan de kiezer. Dat zorgt ervoor dat je een vierde hoek moet toe voegen aan de driehoek. Zie de vierhoek hiernaast: policy, office, votes & positive media attention. Om beleid te maken, blijven ambten nodig, om ambten te krijgen heb je stemmen nodig, om stemmen te krijgen heb je positieve media aandacht nodig. Maar de relatie tussen media aandacht en beleid is lastig. Media aandacht is de cruciale variabele: die is nodig voor alles. Modellen van politieke besluitvorming veranderen fundamenteel als je zo kijkt: moeten we het kabinet in? Dat ligt er aan hoe je het kan spinnen ... Moeten we voor deze wet stemmen? Ligt er aan hoe het speelt in de media ...

Scoren in de politiek is dan dus media aandacht krijgen. 

Spinoza over Moslims

Vrijzinnige politici hevelen graag filosofen als Spinoza op. Spinoza staat voor de Gouden Eeuw, een tijd van van tolerantie en vrijheid. In de huidige tijd van intolerantie kunnen we veel van deze filosoof leren. Denken ze.

In het debat over de kosten van immigratie in September 2009 noemde Pechtold Spinoza in een lijst van waardevolle migranten tussen Islamitische gastarbeiders:

"Denk aan de hugenoten, de Portugese joden en Spinoza, misschien wel de grootste Nederlandse denker, maar een immigrant. Denk aan de gastarbeiders uit Turkije en Marokko die wij hier zelf naartoe hebben gehaald om vacatures te vervullen voor werk dat wij zelf niet wilden doen."

Op het voor-laatste GroenLinks congres echo'de Halsema Pechtold:

"In al zijn bescheidenheid is Spinoza wellicht de grootste denker van de Nederlandse geschiedens."

Halsema en Pechtold omarmen Spinoza. Ze zien hem als het Nederlandse gezicht van de Verlichting. De Verlichting is een traditie vrijheid en tolerantie in hun ogen. Een traditie die we nieuw leven moeten in jagen. Halsema en Pechtold staan voor een herleving van de waarden van de verlichting. Ze verzetten zich tegen de religieuze intolerantie tegen de Islam, waar Wilders de belangrijkste woordvoerder van is.

Wat Halsema en Pecthold vergeten is dat de Verlichting twee kanten heeft: Israel noemt dat de radicale en gematigde Verlichting. Dick Pels spreekt in dit verband over het "Verlichtingsfundamentalisme". Een vorm van Verlichting die zo hard op komt voor vrijheid dat het alles eraan opgeeft. Een vorm van seculier fundamentalisme. Een vorm van verlicht denken dat religie uit de publieke sfeer wil halen, sterker nog dat eigenlijk alle religie linea recta naar de mestvaalt van de geschiedenis wil verwijzen. Halsema, Pechtold en Pels staan niet in die traditie. Zij zijn exponenten van de ruimte voor verschil, van de matiging en tolerantie voor de islam.

In dat geval is Spinoza een slechte keuze. Hij behoort, volgens Israel in elk geval, tot de traditie van de radicale verlichting. Een stroming die weinig op heeft met religie en in het bijzonder met de islam. In het voorwoord van het Theologisch Politiek Tractaat

"The Turks have organized this very effectively. Believing as they do that it is wicked even to argue about religion, they fill the minds of every individual with so many prejudices that they leave no room for sound reason, let alone doubt."

-Loopt u even mee- de Turken -de term in die tijd werd gebruikt voor Moslims- hebben het effectief georganiseerd: -Spinoza is hier ironisch, hij is hier zelf geen voorstander van- Ze geloven dat je niet over religie mag debateren -ze willen de vrijheid van meningsuiting inperken. Spinoza is de grootste voorstander van de vrijheid van meningsuiting van zijn tijd. Daar is de rest van het boek aan gewijd. Voelt u al waar dit misgaat: de islam beperkt de vrijheid van meningsuiting- en daarom vullen ze de geest van iedereen met vooroordelen -de islam vult de geesten van hun volgers met religieuze onzin- die geen ruimte laten voor rede, laat staan voor twijfel -Dames en heren, u leest het goede die o zo verlichte Spinoza: de islam is een bedreiging voor de rede-.

Dat klinkt toch verdacht veel als de retoriek van Geert Wilders, -op zijn wat rationelere momenten- zoals in de rechtszaal vanochtend in de rechtbank: "de islam staat haaks op vrijheid." In specifiek tegen onze belangrijkste vrijheid: de vrijheid van meningsuiting. De vrijheid om te zeggen wat je denkt. Omdat deze vrijheid zo waardevol is om de waarheid te leren kennen. We moeten onze vrijheid beschermen tegen bedreiging. Onzin natuurlijk, met name omdat Wilders pretendeert dat er een monolithische, ware Islam bestaat, die hij kent, en die onafhankelijk is van wat de diversiteit aan moslims doet.

Spinoza dus als verlichtingsfundamentalistische PVV'er. Is er een redding voor Spinozisten en vrijzinnigen? Gelukkig hebben Spinozisten altijd een oplossing: esoterisch lezen. Turken is een codewoord. Als hij Turken zegt bedoelt hij eigenlijk Katholieken, Calvinisten of gelovigen in het algemeen. Maar als je de tekst zo leest, hoef je het eigenlijk niet te doen: dan kan je gewoon je eigen mening op voeren.

De Verlichting was niet een tijd van tolerantie voor iedereen, maar gewoon een tijd waarin mensen wat ze niet goed kenden afschilderden als gevaarlijk en ongewenst. Net zoals deze tijd was er angst voor het onbekende. Sounds familiar?

Groen, Sociaal en ... Efficient?

Vanavond was ik bij een bijeenkomst van de Toekomst, het netwerk van jonge GroenLinksers. Na een inspirerende rondleiding door de Eerste Kamer door Jan Laurier, was er een debat tussen de Toekomst'ers en Tof Thissen over lokale financien, sociale politiek en de economische crisis.

Thissen hield een vurig pleidooi voor efficientie als een speerpunt bij de lokale coalitie onderhandelingen. In tijden van economische crisis, landelijke kortingen en oplopende kosten voor sociale voorzieningen moest GroenLinks door anders, efficienter, minder bureaucratische te werk te gaan  financiele winst boeken. We moesten minder de burger vanuit achterdocht met onnodige formulieren, protocollen en procedures achter na zitten. Dat levert niet alleen financieel de winst op, maar dat is ook goed voor de relatie tussen de burger en politiek. Een overheid moet op basis van vertrouwen samen werken met de burger en niet vanuit wantrouwen de burger tegen werken. Hij gaf het voorbeeld van iemand die bijzondere bijstand aanvraagt: die moet een boel formulieren met een boel achterdochtige vragen in vullen. Verschillende ambtenaren kijken hiernaar dat duurt wel zes weken. Met minder vragen kon je in een kwartier klaar zijn als je uitging van vertrouwen.

Aan het verhaal van Thissen zaten natuurlijk wat haken en ogen: hij betoogde dat we minder procedures nodig hadden en dat het bestuurlijk allemaal sneller kon, totdat er een dijk voor zijn huis gebouwd moet worden. Dat was te snel en efficient gebeurd, met niet genoeg inspraak. De dijkenbouwers waren te veel vertrouwd en nou kon hij de Maas niet meer zien vanuit zijn huis. GroenLinksers willen bijstandstrekkers vertrouwen, maar vervuilende bedrijven niet. Daar zijn meer regels nodig. VVD'ers willen parasiterende luiwammesen niet vertrouwen maar dynamische ondernemers wel.

Het interessante van het verhaal was dat het goed in de lijn paste van de nieuwe koers van landelijk: de drie beloften van Halsema: groene banen, sociale hervormingen en het aanpakken van de bestuurlijke vetzucht. Halsema en Thissen willen allebei de bureaucratie aanpakken. Als campagnethema vind ik het een slecht idee: niet onderscheidend want iedere partij is tegen bureaucratie. Daarnaast is het issue eigenlijk "van" populistische en rechtse partijen: PVV, SP en VVD. Minder ambtenaren met linkse plannetjes. Jarenlang was GroenLinks op zoek naar een tweede thema, naast klimaat. Ik denk dat we een goed profiel ontwikkelen op de combinatie sociaal & progressief. Maar nu moet er schijnbaar nog een thema bij. Bij de Europese verkiezingen was dat Europa. In voorgaande jaren was het Groen, Sociaal & Tolerant. Het congres koos klimaat, emancipatie en sociaal als de drie belangrijkste prioriteiten voor GroenLinks in het nieuwe beginselprogramma. Maar landelijk wil schijnbaar met Groen, Sociaal en Efficient de verkiezingen in. Ik denk dat we er geen kiezer mee zullen winnen,

Bestuurlijk valt er heel wat over te zeggen, om te spreken met een West Wing quote: "this is the bill that lets us pass any other bill." Of wel dit is de hervorming die noodzakelijk is om alle andere hervormingen te betalen. Een efficientere overheid kunnen we gebruiken om de noodzakelijke investeringen in bijvoorbeeld groene banen te financieren. Mocht GroenLinks in een formatie terecht komen met partijen als D66 en het CDA dan moeten we solide financieel verhaal hebben. Een verhaal dat laat zien waar wij willen bezuinigen. Want regeren wordt de komende vier jaar op alle bestuurslagen bezuinigen. Dan moeten we niet simpelweg de uitkeringen halveren of subsidies voor groene energie stop zetten, maar we moeten slim bezuinigen bijvoorbeeld door efficienter te gaan werken. Een overheid die anders werkt heeft meer geld voor groene en sociale investeringen.

Een solide financieel verhaal heeft GroenLinks altijd nodig, maar daar moet je geen verkiezingsthema van maken. Misschien wel een prioriteit bij de college- en regeringsonderhandelingen. Want "Groen Werkt" is natuurlijk ook de leus van een bestuurderspartij die waar kan maken wat zij belooft. Zonder een efficient bestuur is groen of sociaal beleid niet mogelijk.

Leiden: the day after

Ondertussen op fispr.nl

Gister viel het Leidse college. Wethouder Steegh (GroenLinks; verkeer & milieu) is afgetreden omdat zijn fractie niet kon instemmen met de bouw van een parkeergarage aan een van de vuilste wegen van Nederland, zonder maatregelen om de leefbaarheid van de wijk te verbeteren. Wat betekent dit voor de uitslag van de verkiezingen? En de formatie?

De val van Steegh is een typisch voorbeeld van de politieke spelletjes die de Leidse raad zo kenmerken. Wie hebben daar voordeel van? Dat is erg moeilijk te bepalen. Pas als het stof is neergedaald kunnen we dat echt zeggen. Er zal een zekere een sterkere polarisatie onstaan tussen links en rechts en tussen populisten en gevestigde partijen.

De VVD is bevrijd van haar groene en linkse coalitiegenoot en kan zich nu echt ten volle in zetten voor een "bereikbaar en betaalbaar" Leiden. Dit betekent dat de VVD een zetel stijgt ten opzichte van vorige week en nu (ex equo) de grootste partij van Leiden is: even groot als D66. De SP zal stemmen winnen omdat het politiek cynisme versterkt wordt en de leefbaarheid van de stad weer verspeeld is. De SP wint een zetel en komen daarmee uit op zes zetels. In de heldere polarisatie tussen links en rechts winnen de meest linkse en rechtse partij van de stad.

De partijen stijgen ten koste van de andere collegepartijen: PvdA en het CDA. De PvdA verliest geloofwaardigheid omdat zij niet GroenLinks binnenboord hebben weten te houden en omdat zij de leefbaarheid van de stad hebben opgeofferd voor het pluche. Daar komt de penibele situatie van de PvdA landelijk nog eens boven op: ze verliezen een zetel. Ook het CDA verliest een zetel, vanwege haar onvermogen om de boel bij elkaar te houden, maar ook omdat het CDA het in het landelijk politiek zwak blijft doen.

Dat betekent dat er veel stabiliteit in deze fispr zit als je het vergelijkt met de vorige fispr. Maar daaronder liggen allerlei kansen en mogelijkheden. GroenLinks staat nu stabiel maar kan, als ze hun verhaal geloofwaardig weten te verkopen, nog wel eens een aantal zetels kunnen winnen. De Leefbaren en de Stadspartij zouden nog wel eens profiteren van het politiek cynisme . D66 dat in Leiden een anti-establishment retoriek combineert met weldoordacht links-liberalisme, zou ook winst op kunnen pakken. Maar D66 verviervoudigt al in deze fispr-peiling zonder Steegh-bonus. 

Het vertrek van Steegh wordt openlijk betreurd door de andere coalitiepartijen maar ook oppositiepartijen als de ChristenUnie. Zelfs de reaguurders op het Leidsch Dagblad, traditioneel niet de minst cynische mensen, beschrijven Steegh als een "aimabele" wethouder die het "menselijk gezicht" van het college vormde. Steegh zegt zelf na de verkiezingen opnieuw een bijdrage te willen leveren aan het besturen van Leiden. Ondertussen is zijn portefeuille verdeeld over de rest van de wethouders. Ze zetten de coalitie voort, die in de (zeer kleine) meerderheid in de raad heeft.

In de fispr-peiling houdt de coalitie nog maar 16 zetels over. Zelfs een aanvulling met de altijd constructieve ChristenUnie zorgt niet voor een meerderheid. D66 en de VVD hebben samen ook al 16 zetels. Met het CDA staan de partijen op 20 zetels. Een nauwe centrum-rechtse meerderheid, maar wel een van maar drie partijen. Het aftreden van Steegh zorgt ervoor dat een links coalitie niet erg waarschijnlijk is, gezien het effect op de politieke sfeer en het electoraat.